de eerste schooldagen
We maken een slinger om samen naar ons klasje te gaan.
De kinderen willen meteen aan de slag.
Het paaskuiken die we aan de deur willen hangen,
krijgt van ons een geel kleur.
Nadat we ons kenteken hebben gekozen,
mogen we een verfafdruk maken op ons symbooltje.
In de klas mogen we werken en spelen.
En spelen betekent ook bewegen.
In het huisje kunnen we ons verkleden.
Heeft iemand mijn roze zonnebril gevonden
in de verkleedkoffer?
Tussen al dat spelen in krijgen de kinderen de kans
om uit te rusten op de matras.
Ze kunnen er ook knuffelen met elkaar.
Bij de zandtafel leren deze meisjes elkaar kennen.
Ondertussen zijn het al goede vriendinnen.
Hier hoeven we helemaal niet te wachten
op de zomer om met water te spelen.
In klas staat een waterbak.
Daar kunnen we potjes vullen en legen.
Is dat niet fijn?
Hmmm... Heb jij soms met water gespeeld of is het hier zo warm?
In de klas liggen ook heel wat puzzels en ander denkmateriaal.
Even kijken wat mijn buurvrouw maakt!
Wie speelt, moet natuurlijk ook opruimen.
Wie klaar is, mag in de zithoek in een boekje kijken.
Tijd om buiten te spelen.
Jas nemen...
fruit eten...
Eenmaal buiten mogen we rennen zoveel we willen.
mag natuurlijk ook.
Van al dat spelen krijgen we dorst.
In de klas krijgt iedereen melk.
De hele dag door kunnen de kinderen van hun waterfles drinken.
Dit doen ze op hun stoel in de zithoek.
Abonneren op:
Posts (Atom)